Polarisatie mijden is links onwaardig
Dinsdag hield Wouter Bos bij de presentatie van de RMO-bundel ‘Polarisatie: bedreigend en verrijkend’ een speech. Bos betoogt dat een vrij debat alleen tot vooruitgang leidt als heldere keuzes worden gemaakt, die als krenkend of bedreigend kunnen worden ervaren. 'Mij gaat het vooral om de waardering van het vrije debat als vehikel van maatschappelijke vooruitgang.'
Het stuk zoals verschenen in de Volkskrant:
'Het komt niet
vaak voor dat een opmerking van een politicus in een
Volkskrant-interview (1 maart 2008) beloond wordt met een essay bundel
van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Deze genereuze en
totaal niet-objectieve interpretatie van de totstandkoming van de
bundel Polarisatie: bedreigend en verrijkend is uiteraard geheel voor
mijn rekening maar doet niets af aan het feit dat het debat dat daar
van pagina tot pagina woedt me heel herkenbaar voorkomt. Al is het maar
omdat polarisatie zo verschillend gewaardeerd wordt. Wie polarisatie
omschrijft in termen van het tegen elkaar opzetten van
bevolkingsgroepen, zal polarisatie negatief waarderen. Wie polarisatie
omschrijft in termen van het voeren van een debat op het scherpst van
de snede zal polarisatie veel positiever waarderen. Een verschijnsel
dat ik herkende in hoe er op mijn interview werd gereageerd, met name
vanuit linkse hoek. Polarisatie werd gezien als iets van Wilders en dus
fout. Net zoals trots iets is van Verdonk en dus minstens zo fout.
Jammerlijk, onverstandig, onnodig maar vooral heel defensief en daarmee
links onwaardig.
Mij gaat het vooral om de waardering van het
vrije debat als vehikel van maatschappelijke vooruitgang. Maar die
vooruitgang komt er alleen maar als eerst de keuzes helder zijn, en de
tegenstellingen. Dat kan pijn doen, dat kan als krenkend worden
ervaren, dat kan als bedreigend worden ervaren en ja, het kan ook
misbruikt worden om hele groepen burgers verdacht te maken en in de
hoek te zetten. Toch lijkt de reactie om die scherpte dan maar te
vermijden mij een verkeerde. Zeker van politici mag verwacht worden dat
ze heldere keuzes aan burgers voorleggen, dat ze de tegenstellingen
niet mijden, dat duidelijk is waar ze voor staan. In een tijd waarin
politici die met beleid de wereld willen veranderen steeds meer gedrukt
worden op de harde werkelijkheid van smalle marges, is het des te
belangrijker dat dan tenminste duidelijk is waar ze voor staan. En ja,
natuurlijk mag van diezelfde politici verwacht worden dat ze niet
blijven hangen in tegenstellingen maar dat ze uiteindelijk zoeken naar
consensus. Maar wie met consensus een debat in gaat heeft geen debat,
versluiert de keuzes, laat niet zien waar hij staat. Met consensus ga
je een debat niet in, met consensus kom je er uit.
Dit geldt a
fortiori in het integratiedebat. Juist daar is het noodzakelijk positie
te bepalen. Juist daar spelen zaken die niet met beleid, wet of regel
te regelen zijn. Juist daar is het morele standpunt over concrete
maatschappelijke fenomenen vaak belangrijker dan de vraag hoe groot het
fenomeen nu feitelijk is. Ben ik bang voor een tsunami van
niet-handenschudders in de Nederlandse buurten en wijken? Nee,
natuurlijk niet. Maar hoe we met die paar gevallen die we kennen omgaan
zegt wel iets over hoe we aankijken tegen de vrijheid van godsdienst,
de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, onderlinge omgangsvormen,
de publieke ruimte. Allemaal waarde-geladen onderwerpen waar politici
positie moeten kiezen. En waar vervolgens vertrouwen –wel of niet- op
gebaseerd wordt.
De Nederlandse vrije samenleving lijdt al
jaren - cynisch genoeg onder invloed van met name (ex-)liberalen -
onder een enorme verarming in het debat over integratie: verbieden als
het niet aanstaat en tolereren als het niet verboden wordt. Die schrale
dichotomie wil ik doorbreken met mijn pleidooi voor debat en
confrontatie. Er is van alles (van eerwraak tot vrouwenbesnijdenis) wat
je ongeacht cultuur of religie gewoon moet verbieden. En er is ook van
alles (van hoofddoek tot suikerfeest) wat je gewoon moet tolereren.
Maar de bekendste debatten van deze tijd (van boerka tot
handenschudden) zijn met geen van deze twee strategieën op te lossen.
Dan is een derde strategie nodig, niet verbieden maar wel het debat op
zoeken, kernwaarden verdedigen, confronteren. In debat, dialoog,
opvoeding en onderwijs. Zoveel moeilijker dan beleid, wet of regel.
Zoveel moeilijker dan je gezicht afdraaien. Maar uiteindelijk ook
zoveel effectiever.
Conflict is een noodzakelijke fase waar
een samenleving die mensen met andere culturen begroet doorheen gaat.
Emancipatie kent altijd fases van conflict en confrontatie. Dat zouden
juist sociaal democraten als geen ander moeten weten. Maar wil zo’n
confrontatiestrategie effectief zijn, dan moet wel één voorwaarde
absoluut vervuld worden: het moet veilig zijn. Omdat de vrijheid van
meningsuiting compromisloos binnen de grenzen van wet en grondwet wordt
verdedigd. Omdat de neiging tot zelfcensuur wordt ontmoedigd en
veroordeeld. Omdat de rechten van minderheden om binnen de grenzen van
de wet onwenselijke opvattingen te hebben, onwenselijke meningen uit te
spreken en soms ook onwenselijke dingen te doen, onvoorwaardelijk
verdedigd worden. Niet om het er vervolgens bij te laten. Maar omdat
alleen in zo’n veilige omgeving het vrije debat niet als bedreigend
maar als verrijkend zal worden ervaren. En daar was en is het mij om te
doen.'
Dit is een verkorte versie van de speech die Wouter
Bos hield bij de inontvangstneming van de RMO-bundel Polarisatie:
bedreigend en verrijkend.
