Staatsbedrijven in eigen hand houden
Met de lijn 'de overheid houdt staatsbedrijven in eigen hand, tenzij' presenteerde PvdA-minister Wouter Bos van Financiën een zeer terughoudend beleid bij privatisering van staatsbedrijven. Onder zijn voorganger Gerrit Zalm was de lijn juist 'privatiseren, tenzij'
Bos kiest bewust voor een andere koers om zo de ‘publieke belangen het best te waarborgen’. 'De beslissing van Wouter Bos is een breuk met het beleid van Zalm. Terwijl de laatste een onvoorwaardelijk, blind geloof in de markt had, ziet de eerste scherp dat sommige ondernemingen van publiek belang zijn, die voor honderd procent publieke zeggenschap vereisen', aldus PvdA Tweede-Kamerlid Paul Tang. 'De PvdA-fractie kan de beslissing dan ook alleen maar toejuichen. Bijkomend voordeel is dat de overheid als aandeelhouder invloed kan aanwenden om de inkomens aan de top van staatsbedrijven niet uit de hand te laten lopen' vervolgt Tang.
Schiphol
Momenteel telt het Rijk meer dan dertig staatsdeelnemingen, zoals luchthaven Schiphol, Gasunie, de Nederlandse Spoorwegen en Havenbedrijf Rotterdam. Volgens Bos gaat het om ‘hele complexe' deelnemingen die niet eenvoudig van de hand te doen zouden zijn. In oktober maakte Bos al bekend dat Schiphol volledig in publieke handen zou blijven. De overweging was zo publieke belangen als milieu, economie en ruimtelijke ordening beter te kunnen waarborgen.
Terughoudender
‘Nu hebben we ook bij alle volgende beslissingen een duidelijke leidraad. We zijn gewoon veel terughoudender dan voorheen,’ aldus Bos. Ten aanzien van privatisering van deelnemingen wordt het uitgangspunt van ‘privatiseren, tenzij’ verlaten. Slechts als blijkt dat het aandeelhouderschap van de Staat geen of weinig toegevoegde waarde heeft in het kader van de borging van publieke belangen, kan afstoting plaatsvinden. Het uitgangspunt wordt hiermee dus ‘publiek, tenzij’


